Tijdens het lezen van de 81 inzendingen voor de Paul Harland Prijs 2010 vielen me een aantal zaken herhaaldelijk op. Dit zijn dingen die zeker niet op alle verhalen slaan, die deels persoonlijk zijn en soms ook subjectief. Schrijver: pak hieruit mee wat u aanspreekt en wat voor u nuttig is. Bedenk daarbij: niemand is perfect (noch schrijver, noch jurylid), dus lees met een open geest en zoek naar dingen die u verder kunnen helpen.
- Veel van de inzendingen waren geen op zichzelf staande verhalen. Sommige steunden op een (niet nader uitgelegde) achtergrond, of waren een inleiding op, of hoofdstuk uit iets groters… Dat maakt dat de inzending als kort verhaal minder goed of zelfs helemaal niet werkt.
- Meerdere inzendingen waren hervertellingen van legenden/ mythen/ sagen/ volksverhalen. Dat kan natuurlijk, maar de uitwerking is vaak te rechtlijnig, te zwak en/ of te slaafs om het een oorspronkelijk verhaal te maken. In een wedstrijd voor het genre waar fantasie hét onderscheidende criterium is, werkt het vaak beter om oorspronkelijk te zijn.
- Meerdere inzendingen starten op een bepaald punt in het verhaal (een ‘spannend’ moment) om daarna terug te springen naar een eerder moment, van waaraf het verhaal chronologisch verteld wordt. Op zich een valide manier om een verhaal te vertellen, maar dan moet het wel toegevoegde waarde hebben. Dat ontbrak meestal, waardoor het verhaal vreemd opgeknipt en daardoor minder goed te volgen is.
- Veel verhaalopeningen zijn te vaag, zodat er geen beeld van de beschreven omgeving/ tijd/ cultuur/ personages ontstaat. Dat maakt het moeilijk om je als lezer in te leven en om in het verhaal te komen. Zeker als later alsnog een invulling komt is dat problematisch, omdat er dan al (noodgedwongen) een eigen beeld is ontstaan bij de lezer.
- Het kwam meerdere keren voor dat een verhaal begon met een inleiding, die eindigde met “laat ik u mijn verhaal vertellen” (of iets dergelijks). Zo’n opening kan natuurlijk, maar komt vaak pathetisch over. Waarom het verhaal niet voor zichzelf laten spreken?
- De “As you know Bob” wordt door veel auteurs gehanteerd. In deze uitlegmethode praten een aantal figuren tegen elkaar over een situatie of feiten die zij allang kennen en dus eigenlijk niet tegen elkaar hoeven te zeggen (As you know Bob we are on a long flight to Mars) met als enige reden: de lezer/ hoofdpersoon van die feiten op de hoogte te brengen. Dit is een erg zwakke manier om je verhaal/ situatie/ feiten uit te leggen en er zijn zoveel eleganter alternatieven!
- Veel verhalen hadden te lijden onder onvoldoende aandacht voor taal. De interpunctie-, schrijf-, hoofdletter- en perspectieffouten en al die andere dingen die fout gaan in het taalgebruik leiden de lezer af van waar het om moet gaan: het verhaal en de aangename (of in sommige gevallen onaangename) ervaring die dat moet geven. En feitelijk is taal het makkelijkst te corrigeren, dus neem daar de tijd voor en schakel hulp in.
- Een laatste punt: een flink aantal verhalen was weliswaar een afgerond geheel, met hoofdpersonen en een lijn van begin tot eind, maar het werd niet duidelijk waar het nou precies om ging. Of waarom de lezer dit verhaal door zou moeten werken. Of zelfs: waarom dit verhaal geschreven is… Als de lezer de laatste bladzijde omslaat en niet weet wat de bedoeling van zijn leeservaring was, dan is er iets mis. Dus zorg er altijd voor dat het verhaal een thema, een pointe, een premisse, een nut, een boodschap of een andere reden voor zijn bestaan heeft.
Al deze opmerkingen zijn bedoeld als handvaten om het schrijven te verbeteren. En geloof me: elk van de inzenders heeft verbeterpunten, ook al zaten er zeker goede verhalen bij. Pak uit mijn opmerkingen wat je kunt gebruiken en wordt een beter schrijver!
Martijn Lindeboom