Hoe schrijf ik een goed verhaal – II De outline

“The task of a writer consists of being able to make something out of an idea.”

- Thomas Mann

 

idee

Wat is een schrijver? Een schrijver is iemand die het vermogen heeft om van een idee een verhaal te maken. Daarbij komt meer bij kijken dan zo maar beginnen met schrijven op het moment dat je een goed idee krijgt. Schrijven – of het nu een roman is of een kort verhaal, een script of een presentatie – vereist een gedegen voorbereiding.

Om een verhaal te schrijven heb je op de eerste plaats een idee nodig. Ideeën kunnen overal vandaan komen en allerlei vormen aannemen. Het is niet zo dat een verhaalidee iets verhevens moet zijn als “het wezen van de kunst” of “de verdorvenheid van de mens”. Een verhaalidee kan een stuk dialoog zijn dat je hoort in de trein, een scène met een bepaald personage dat plotseling in je opkomt als je onder de douche staat, een bepaald thema dat je altijd al hebt willen uitdiepen, een ervaring die je met de lezer wilt delen.

Maar daarmee ben je er nog niet. Een verhaal is meer dan een idee: een verhaal heeft een setting, personages, een plot, een begin en een einde. Dit zijn allemaal elementen die je goed in je hoofd moet hebben op het moment dat je daadwerkelijk gaat schrijven. Er bestaat een hardnekkige mythe dat schrijven een kwestie is van inspiratie – veel schrijvers gaan achter hun scherm zitten en wachten tot het proza als vanzelf uit hun vingers vloeit.

Maar zo werkt het niet. De bekende uitspraak van Thomas Alva Edison luidt: genialiteit is 1% inspiratie en 99% transpiratie. En zo is het: schrijven is hard werken. Een verhaal bestaat uit een groot aantal variabelen die allerlei vormen aan kunnen nemen en om al die variabelen in de juiste vorm te krijgen vereist veel vallen en opstaan. Het vereist doorzettingsvermogen om het negen keer fout te doen en het de tiende keer juist te doen. Verreweg de meeste schrijvers maken nooit een verhaal af, omdat ze het opgeven als ze ergens blijven steken.

En waarom blijven schrijvers steken? Omdat ze zich niet goed voorbereid hebben. Over het algemeen blijf je als schrijver niet steken omdat je niet weet hoe het verder moet – je blijft steken omdat je niet weet welke van de ontelbare mogelijkheden die je als schrijver hebt moet kiezen. Je bent schrijver: alles is mogelijk. Maar wat is het beste voor je verhaal? Inspiratie zal je hier niet verder helpen. Op dit punt moeten er rationele beslissingen genomen worden. Je kunt pas beslissen wat het beste is voor je verhaal als je weet waar je met je verhaal naartoe moet, wat je met je verhaal wilt bereiken.

Het is noodzakelijk dat je deze beslissingen neemt voordat je begint met schrijven. Het zorgt voor meer eenheid in je verhaal, voor een beter verloop van je spanningsboog en een consistente ontwikkeling van je personages – kortom, het zorgt voor logica. De juryleden van een verhalenwedstrijd herkennen een verhaal van iemand die zo maar met schrijven is begonnen uit duizenden. Dit is namelijk het verhaal dat een onlogisch plot heeft, waarvan de personages zich onlogisch gedragen, dat bestaat uit scènes die als los zand aan elkaar hangen omdat ze niet voortkomen uit een vooraf goed doordachte rode draad. Maar hierover later meer.

Ik zou daarom zelfs nog wat verder willen gaan dan Edison door in de woorden van Simon Vestdijk te zeggen: Mensen die op inspiratie wachten zijn de grootste stakkers die er zijn.

 

De outline

Een belangrijke voorwaarde voor het schrijven van een goed verhaal is dus een goede planning. Zodra je een idee hebt en jezelf de vraag stelt “hoe ga ik dit omzetten in een verhaal” is het proces van plannen begonnen. De beste manier om dat te doen is het maken van een outline. De outline bevat alle elementen van je verhaal die ik al noemde.

Het maakt niet zo heel veel uit welke vorm je aan je outline geeft – het is uiteindelijk niet meer dan een geheugensteuntje voor jezelf als schrijver dat waarschijnlijk niemand ooit te zien krijgt. Sommige schrijvers werken met een A4-tje met aantekeningen, niet meer dan een losse schets van hoe het verhaal er uit moet komen te zien.

Anderen, zoals ikzelf, werken met een gedetailleerde outline waarin de structuur van het verhaal en de ontwikkeling van de personages zijn uitgewerkt. Maar een van de bekendste SF en fantasy-auteurs, Gene Wolfe, zegt over zijn romans:

 

I don’t plan the book.  I have a beginning and an ending in mind when I start.  I know what the story is to be.  I’m frequently surprised by unexpected twists in the story line, and often I don’t use the ending I began with.  If I think of a better ending, why shouldn’t I use it?  Often I can use both, and do.”

 

Het hangt dus helemaal af van je persoonlijke voorkeur hoe je outline er uit komt te zien. Voor beginnende schrijvers is het echter aan te raden een uitgebreide outline te maken. Naarmate je meer routine krijgt in het schrijven van verhalen zul je vanzelf ontdekken wat voor jou het beste is.

Er zijn echter wel een aantal basiselementen die je moet opnemen in je outline. In welk genre wil je schrijven? Het is belangrijk om dit vooraf te weten, zodat je als het nodig is research kunt doen naar de conventies en clichés van het genre. Aan welke voorwaarden moet mijn verhaal voldoen om binnen dat genre te vallen? Wat zijn de mogelijkheden, welke clichés moet ik vermijden, wat voor soort personages heb ik nodig, welke setting werkt het beste? Deze vragen bevatten tevens twee andere belangrijke elementen van de outline: personages en setting.

Zonder overtuigende personages kun je geen goed verhaal schrijven. Voordat je begint te schrijven heb je minstens één uitgewerkt personage nodig, het personage waarmee je verhaal begint. Dit is meteen je hoofdpersoon, waarmee de lezer zich moet kunnen identificeren – want als je hoofdpersoon niet interessant genoeg is, is de kans groot dat de lezer je verhaal niet interessant vindt. Dit personage zal het verhaal dragen – daarom is het van belang dat je een goed beeld hebt van hem of haar (zie ook: Personages).

Vervolgens de setting. Waar speelt je verhaal zich af? Dit wordt voor een groot deel bepaald door het genre dat je gekozen hebt. Als je een indianenverhaal schrijft, dan is je  setting waarschijnlijk het oude westen. Voor een SF verhaal kun je kiezen uit een verre planeet of de aarde in de toekomst. Het kan het nu zijn, of het verleden. De keuze van de setting heeft verstrekkende gevolgen. Het bepaalt hoe je personages zich gedragen en de kleding die ze dragen, het bepaalt welke technologie je kunt gebruiken of moet verzinnen, hoe de gebouwen eruitzien.

Het is ook belangrijk te weten hoe je begint en hoe je eindigt – dit stelt je in staat om tijdens het schrijven van het verhaal de juiste beslissingen te kunnen nemen met betrekking tot het verloop van je verhaal en de ontwikkeling van je personages. Met andere woorden, je moet in elk geval een idee hebben hoe je plot eruit komt te zien – waarover later meer.

Samengevat houdt een outline het volgende in: een korte samenvatting van je verhaal waar de belangrijkste personages in voorkomen. Schets de setting van het verhaal met daarbij de zaken die je denkt nodig te hebben voor je verhaal. Maak een overzicht van de personages en als het mogelijk is een tijdlijn met de belangrijkste gebeurtenissen. Het is niet nodig – zelfs onwenselijk – het verhaal scène voor scène op papier te zetten, maar zorg op zijn minst voor een globaal overzicht.

Veel schrijvers werken met zogenaamde target scenes, de sleutelscènes in het verhaal die ze gebruiken als richtpunten. Bij het nadenken over een verhaal, nog voordat je begint te schrijven, ontstaat een verhaal vaak in je hoofd als een aantal situaties waaromheen het verhaal zich ontwikkelt. Gebruik deze scènes als ankerpunten, zodat je altijd weet waar je naartoe moet schrijven.

Het gebruik van target scenes helpt bij het bepalen van het tempo waarop je verhaal zich ontwikkelt – en is daarbij ook nog eens een goed middel tegen writer’s block. Hoe omvangrijk de outline is verschilt per schrijver en is ook afhankelijk van het soort verhaal dat je schrijft. Zorg er in elk geval voor dat je een schets hebt van het verloop van het verhaal.

Het outlinen van een verhaal kan een tijdrovende aangelegenheid zijn, zeker als je een complex verhaal hebt bedacht. Het is echter zeker de moeite waard om die tijd ook te nemen: het leidt tot een goed gestructureerd verhaal en het bespaart je veel tijd tijdens het schrijven zelf, omdat je niet telkens hele stukken van je verhaal opnieuw moet schrijven omdat je jezelf in een hoek hebt geschreven en op een dood punt bent beland.

Ben je tevreden met de outline: schrijven maar!

 

research

Hoe uitgebreid een outline wordt, hangt af van de persoonlijke voorkeur van de schrijver. Een aspect van de voorbereiding van je verhaal waar je echter niet zorgvuldig genoeg mee kunt zijn is research.

Wat voor verhaal je ook schrijft, er zijn altijd elementen die je niet uit je hoofd weet en die je niet zomaar kunt verzinnen. Sterker nog, je hele setting – de achtergrond waartegen je verhaal zich afspeelt – zal voor het grootste deel bestaan uit bestaande locaties en achtergronden. Ik doel hier op zaken als historische feiten, namen van bestaande personen, geografische details, de beschrijving van bestaande huizen, straten, pleinen, natuurkundige en andere wetenschappelijke feiten, flora en fauna, et cetera.

Veel schrijvers van fictie onderschatten het belang van goede research en het effect dat het heeft op de lezer. Een verhaal speelt zich niet af in het luchtledige – je personages maken dingen mee die je zult moeten beschrijven om ze aan de lezer duidelijk te maken. Het zal ook vaak voorkomen dat je zaken moet beschrijven die niet direct iets met het plot of de personages te maken hebben om te zorgen dat het verhaal de sfeer ademt die je aan de lezer wilt overdragen.

Hoe overtuigender je een omgeving weet neer te zetten, hoe sneller de lezer in je verhaal getrokken zal worden. De lezer moet de indruk krijgen dat de personages deel uitmaken van hun omgeving, dat ze er thuishoren zogezegd, en niet dat ze er neergezet zijn door een schrijver die zo nodig iets te vertellen heeft. Het geheim van deze overtuigingskracht zit in die kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke, details die de setting van je verhaal alsook je personages tot leven brengen.

De research die een verhaal vereist behelst natuurlijk meer dan architectonische details en een goed stratenboek. Dat een schrijver van detectives een gedegen kennis moet hebben van hoe de politie functioneert, van wapens en giffen en vaak ook enige medische kennis dient te bezitten, dat spreekt voor zich. Maar ook schrijvers van literaire verhalen dienen hun onderzoek te verrichten.

Stel je hebt een personage dat de concentratiekampen heeft overleefd en een wandeling maakt door Amsterdam. In dit simpele beeld zit al een weelde aan details verborgen. Hoe beleeft zo’n man een dergelijke wandeling? Voor hem kleven aan alles wat hij ziet herinneringen – aan zijn leven voor de oorlog, aan de oorlog zelf, aan de kampen. Het is een Joodse man, dus hij je zou hem de gebruiken en manier van denken moeten geven die bij een Joodse man past.

Ook al wordt je verhaal bevolkt door volkomen fictionele personages, zowel hij als de mensen die hij tegenkomt en met wie hij praat zullen voortdurend referenties maken naar bestaande zaken, personen en gebeurtenissen. Dit simpele verhaalgegeven zit vol zaken die je zult moeten onderzoeken en waarbij je zorgvuldig moet nagaan wat belangrijk is voor je verhaal.

Dit geldt natuurlijk ook voor de schrijvers van genreverhalen. Ik zeg dit met zoveel nadruk omdat met name schrijvers van SF en fantasy denken dat omdat ze een verhaal schrijven dat zich afspeelt in een verzonnen of toekomstige wereld ze het met de feiten niet zo nauw hoeven te nemen.

Met name bij een SF-verhaal is gedegen research een absolute voorwaarde. Kun je bij fantasy vaak het voordeel van de twijfel krijgen omdat het een verzonnen wereld is, bij SF moeten alle details kloppen! Veel SF-verhalen gaan ten onder aan een foutief gebruik van begrippen als quantum, nano, pulsars en quasars, ionenaandrijving, wormgaten en tijdparadoxen.

Ook bekende termen als zwaartekracht en zwarte gaten zijn bedrieglijk simpel – veel schrijvers gaan ervan uit dat ze wel weten hoe het werkt. Fout! Als je geen natuurkundige of astronoom bent is het noodzakelijk om het grondig te onderzoeken. Bij dit soort verhalen – waarbij het plot vaak draait om feiten en niet om gebeurtenissen – is het van cruciaal belang dat alle feiten ook daadwerkelijk kloppen of (in het geval van fantasy) op zijn minst logisch met elkaar samenhangen.

Lees boeken over de eigenschappen van het vacuüm in de ruimte en kijk niet langer naar Amerikaanse tv-series, waar ze uit het oogpunt van drama de wetten der realiteit aan hun laars lappen. Speelt je verhaal zich af in een middeleeuwse stad, doe dan wat onderzoek naar hoe zo’n stad in elkaar zit, wat voor mensen er wonen, hoe het bestuurd wordt. Wil je gebruik maken van een zeilschip, zoek alle details uit: hoe heten de zeilen, hoe worden ze gebruikt, wat zijn de gewoonten op een schip, hoe groot moet het schip zijn en hoeveel bemanningsleden heb je minimaal nodig, hoe snel vaart het, dat soort dingen.

Research kost tijd, maar het levert een aantal onmisbare voordelen. Op de eerste plaats wordt je verhaal realistischer en daardoor overtuigender. Op de tweede plaats levert het vaak leuke details en plotideeën op die je kunt gebruiken om je verhaal te verlevendigen.

 

redigeren

Tijdens het schrijven ontstaan altijd nieuwe ideeën – schrijven is een proces van voortschrijdend inzicht. Weersta de neiging om elk nieuw idee direct in je verhaal te verwerken en de tekst die je al hebt te herschrijven – op deze manier loop je vast in een oneindige herhaling van herschrijvingen en verlies je het einde uit het oog.

Probeer echter de outline niet te veranderen als het niet strikt noodzakelijk is. Het gevaar bestaat dat je meer bezig bent met het aanpassen van je outline dan met het schrijven zelf. Niemand schrijft namelijk in één keer het perfecte verhaal.

Het is belangrijk om zo snel mogelijk een complete eerste versie van je verhaal af te hebben zodat je een goed overzicht hebt van welke ideeën wel en niet uitvoerbaar zijn. Houdt voor dat doel een lijst bij van ideeën en invallen die je tijdens het schrijven hebt. Gebruik dit document ook voor de ruwe versies van belangrijke scènes en beschrijvingen die je te binnen schieten.

Als de eerste versie af is, verwerk je aantekeningen en herschrijf tot je tevreden bent. Zorg ervoor dat je niet teveel herschrijft, dat gaat vrijwel altijd ten koste van het verhaal. Op het moment dat je redelijk tevreden bent met het verhaal en je alleen nog maar bezig bent met relatief onbelangrijke details, laat het verhaal dan lezen door een of twee mensen wier mening je vertrouwt.

 

Naar hoofdstuk 3: Plot

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>