Schrijvers van de toekomst – Floris Kleijne

En als je dan de PHP hebt gewonnen? Wat dan?

Een van de mogelijke antwoorden op die vraag hangt af van hoe goed je Engels is. Een eerlijker antwoord is: dan begint het pas.

In 2003 stuurde ik mijn tweede Engelstalige lange verhaal, Conversation with a mechanical horse, naar de (in naam) internationale (maar de facto 95% Amerikaanse) wedstrijd Writers of the Future. Ik had kort ervoor de overstap naar het Engels gewaagd omdat ik in het Nederlands taalgebied geen mogelijkheden zag voor mijn korte verhalen, en had mijn eerste verhaal Deep red verkocht aan het tijdschrift Futures.

WotF is een soort PHP goes USA in het kwadraat, maar dat wist ik toen nog niet. Van de PHP wist ik destijds überhaupt niks, en van het bestaan van de Writers of the Future alleen omdat een Amerikaanse kennis me erop had gewezen. Ik wist nog net dat de drie winnende verhalen van elk kwartaal jaarlijks worden gebundeld tot een anthologie. Als ik meer had geweten, had ik mezelf waarschijnlijk lang niet goed genoeg gevonden om te durven inzenden. Lang leve de naïviteit!

In januari 2004 werd ik gebeld door de organisatie van de WotF. Zoals ik had verwacht had ik geen prijs gewonnen. Wat ik niet had verwacht was dat ze (vrijwel) elk jaar een paar finalisten uitkiezen om de anthologie mee aan te vullen, de zogenaamde published finalists. Of ik het goed vond dat Conversation with a mechanical horse als published finalist zou worden opgenomen in Writers of the Future Vol.XX? En of ik net als de twaalf prijswinnaars naar Los Angeles wilde worden gevlogen die zomer, om deel te nemen aan een professionele schrijfworkshop van een week, en de uitreikingsceremonie bij te wonen?

Ik zei geen nee.

Omdat WotF een wedstrijd is voor beginnende schrijvers, mogen winnaars nooit meer meedoen. Als published finalist had ik die beperking niet, dus na terugkeer uit LA voltooide ik mijn lange tijdreisverhaal Meeting the Sculptor om in te zenden voor Q4 van 2004. En een klein jaar later zat ik weer in het vliegtuig, ditmaal naar Seattle, nog steeds euforisch en verbijsterd dat ik ditmaal de eerste prijs van het kwartaal in de wacht had gesleept.

De workshop was de tweede keer vrijwel identiek aan de eerste. Maar omdat ik in 2004 te starstruck was geweest om veel in me op te nemen, kwam me dat wel goed uit. Nu kon ik er eens goed voor gaan zitten en luisteren wat gastsprekers als Anne McCaffrey, Jerry Pournelle, Kevin J. Anderson en Robert Sawyer, en workshopleiders K.D. Wentworth en Timothy Powers, ons te leren hadden over the business of writing.

Want daar ging het vooral over, in LA en Seattle. De boodschap was: als je hier bent aangeland, dan kan je dus al een verhaal schrijven. Maar hoe gebruik je dat talent, die vaardigheid, dat ambacht, om een carriere als schrijver op te bouwen? Hoe word je professional?

Het ging over discipline. De discipline van schrijven, afmaken wat je schrijft, inzenden wat je afmaakt, en blijven inzenden tot je het verhaal hebt verkocht (de Vijf Regels van Heinlein). De discipline van het navolgen van manuscriptrichtlijnen (zodat redacteuren (en juryleden) ook daadwerkelijk bereid zijn je werk te lezen). De discipline van het manmoedig incasseren van afwijzingen (Kevin J. Anderson, toch bepaald niet de minst succesvolle SF-schrijver, vertelt graag dat hij van elk willekeurig schrijversgezelschap verreweg de grootste collectie afwijzingsbrieven bezit). De discipline om onder geen voorwaarde in discussie te gaan met afwijzende redacteurs of negatieve recensenten. De discipline om je te houden aan Yog’s Law.

En de discipline om niet te wachten op de muze. Wat dat betreft was het 24-uurs verhaal misschien wel het meest leerzame en waardevolle deel van de workshops. Deelnemers krijgen van workshopleider Tim Powers in deze oefening om te beginnen een random and almost entirely useless object; vervolgens de opdracht om een willekeurige voorbijganger te interviewen op straat; en tenslotte anderhalf uur in een bibliotheek voor research. Daarna beginnen de 24 uur af te tellen; aan het eind van dat etmaal leveren alle deelnemers een afgerond kort verhaal in, geïnspireerd door object, interview en bibliotheekkennis.

Het leerzame van deze oefening was niet dat het alle deelnemers steeds weer lukt om met deze ingrediënten binnen 24 uur een verhaal te schrijven. Dat deadlines goed zijn voor productiviteit is niet echt nieuws. De echte eye-opener was dat vrijwel alle 24-uurs verhalen binnen een half jaar waren verkocht en gepubliceerd.

Wachten op de muze, de blikseminslag van pure inspiratie, is één manier, en in sommige opzichten de leukste manier om tot proza te komen. Maar als je het vak verstaat, het ambacht beheerst, het kunstje kan, kun je ook domweg gaan zitten schrijven. Het resultaat is meestal net zo goed.

Het blijven natuurlijk Amerikanen, dus er was ook voldoende ruimte voor glamour en show. Op de BBQ kwamen naast de genrecoryfeeën ook wat bekendere (Hollywood-) sterren opdraven. Maar hoe interessant is de aanwezigheid van John Travolta (“Yeah, Amsterdam. I had a line about Amsterdam in Pulp Fiction.”) als verderop niemand minder dan Larry Niven op een kippenpootje zit te kluiven?

De uitreikingsceremonie was beide keren een Oscars-achtige aangelegenheid met smokings en avondjurken, speeches en dankwoorden, culminerend in and the winner is voor de toekenning van de Grand Prize van dat jaar, inclusief envelop. En na afloop lagen op een lange tafels stapels en stapels van de nieuwe anthologie te wachten om door ons te worden gesigneerd, en stonden onder andere Jerry Pournelle en Kevin J. Anderson in de rij voor handtekeningen van alle auteurs. (Van alle aspecten van het evenement was waarschijnlijk wel het meest surrealistisch om door Anne McCaffrey om mijn handtekening te worden gevraagd.)

Maar met dat alles, en het prijzengeld, en de lelijke trofee, en de anthologie die een maand later gewoon te koop lag in het American Book Center in Amsterdam, was de workshop verreweg het meest waardevol.

Want vergis je niet, wist Charles Brown ons te vertellen: als schrijver van speculatieve fictie word je nooit meer zo in de watten gelegd als nu. Hierna komt het echte werk, en leven van de pen is in dit genre maar weinigen gegeven. Het winnen van een prijs, hoe prestigieus ook, kan deuren voor je openen, en kan je helpen de slush pile te omzeilen. Maar uiteindelijk gaat het om je volgende verhaal, je volgende roman, en de discipline om de woorden aaneen te blijven rijgen.

Dus als je de PHP hebt gewonnen, wat dan? Dan stel je je ambitieniveau naar boven bij, je zet de prijs prominent op je literair CV, en je laat niet na deze te vermelden tegen elke redacteur aan wie je iets toestuurt. Maar het is geen eindpunt, het is een eerste stap, en alle volgende stappen zet je zelf.

Wat dan? Dan schrijf je verder.

14 Reacties op Schrijvers van de toekomst – Floris Kleijne

  1. Imke Stevens zegt:

    Mooi geschreven.
    Ben jaloers ;)

  2. Een interessant artikel.
    Persoonlijk weerhoudt die naam van Hubbard mij een beetje van het WoTF gebeuren, maar misschien moet ik me daar overheen zetten.
    Schouder aan schouder kunnen staan met Niven en Pournelle is wel een droom.

    • Namens Floris Kleijne:
      Ik begrijp wat je bedoelt, Chris: de naam Hubbard is een beetje een tweesnijdend zwaard. Maar in deze context is hij nadrukkelijk de (middelmatige, maar zeer productieve) SF-schrijver met hart voor nieuw talent. De andere malligheid die hij heeft verzonnen, wordt door de WotF-organisatie zorgvuldig verre gehouden van de Writers of the Future. Niet voor niets worden wedstrijd, workshop en anthologie onderschreven door zoveel grote namen uit het genre. Dus ik zou zeggen: gooi het kind niet met het badwater weg en doe mee!

      • Fijn om te horen dat die “mailligheid” er ver buiten gehouden wordt. Ik moet er niet aan denken om midden in de een of andere wervingscampagne terecht te komen.
        Maar als dat het geval was zouden die andere grote namen zich er waarschijnlijk ook niet wagen.
        Ik zal eens kijken of ik wat kan proeven van dat badwater.

  3. Rik Raven zegt:

    Lijkt me geweldig om eens mee te maken…
    Hoewel ik niet zo de onmiddellijke behoefte heb om naast iemand te zitten die bekend is, ik sta altijd met mijn mond vol tanden.

    Boeiend artikel.

  4. Sander de Leeuw zegt:

    Dit artikel geeft me de behoefte om eens een paar cursussen Engels te gaan volgen.

    • Veel Engels lezen helpt ook, Sander; ik heb zelf ook niet meer dan VWO-Engels, maar lees al twintig jaar alle Engelse fictie in de oorspronkelijke taal. Volgens mij is het onmogelijk om als schrijver honderden (zo niet duizenden) boeken in een taal te lezen die je kent zonder ook de taal goed te gaan beheersen…

  5. Annemieke zegt:

    Geweldig Floris!

  6. Enigma zegt:

    Dank voor het artikel en de informatie.

    Ik heb in ieder geval besloten met de WotF wedstrijd mee te doen en probeer de deadline van 30 september te halen. We zullen zien :-)

  7. Hester zegt:

    Enigma, bedankt voor de reactie, want daardoor viel dit artikel me op! :)

    Bijzonder interessant om het inspirerende verhaal van Floris te lezen inclusief links en tips! Dit jaar gaat het me niet lukken om iets in te sturen naar WotF, maar voor volgend jaar was mijn plan al om eens wat Engelstalige wedstrijden te gaan bekijken, dus dan moet dat gaan lukken. Bedankt, Floris! :)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>